20 apr

Resultaten van brainstorm Smart Roads

Resultaten van brainstorm Smart Roads
Amsterdam, 19 april 2016

Smart Roads: een nieuw exportproduct

Ingenieursbureaus, infrabouwers en andere bedrijven werken nu hard aan de ontwikkeling van Smart Roads, die straks nodig zijn voor zelfrijdende auto’s. Daardoor krijgt ons land meteen een nieuw exportproduct te pakken, op het niveau van de Deltawerken.

Toonaangevend

Met Smart Roads zet de Nederlandse infrasector zich op de Europese kaart. Dat is de ambitie van Bouwend Nederland, Holland ConTech en NLingenieurs en die sluit naadloos aan bij de ondertekening van de ‘Verklaring van Amsterdam’. Daarin gaan de transportministers van alle Europese landen samenwerken aan wetgeving op Europees niveau voor de zelfrijdende auto.

Tijdens de Innovation Expo 2016, afgelopen week in Amsterdam, merkten de ontwikkelaars dat ze allereerst een gemeenschappelijke taal moeten leren, om de overstap naar de zelfrijdende auto goed te kunnen maken.

Samenwerking

Samenwerking tussen bouwers, ingenieurs en andere relevante partners is de succesfactor om tot een innovatieve infrastructuur te komen. De boodschap van minister Schultz was dan ook: ‘Ga niet los van elkaar aan de slag. Het zou mooi zijn als er een gezamenlijke agenda voor een nieuwe generatie infra ontstaat.’

Jacolien Eijer, directeur van branchevereniging NLingenieurs ziet in deze samenwerking een belangrijke rol voor de ingenieurs: ‘Onze Nederlandse ingenieurs zijn bij uitstek in staat om technologische ontwikkelingen te verbinden aan alle andere kennis die nodig is om de overstap naar de zelfrijdende auto goed te kunnen maken.’

Impact op de infrastructuur

De oplossingen voor de infrastructuur voor de zelfrijdende auto hebben veel impact op de huidige infrastructuur. “De weg wordt ‘leger’ omdat er geen bebording en lijnen meer te zien zijn. Doordat weggebruikers beter gefaciliteerd worden wanneer ze welke weg gaan gebruiken wordt de weg beter benut en minder druk. De auto wordt een ontmoetingsplek en wordt gedeeld, waardoor openbaar vervoer en auto naar elkaar toe kruipen. Fries Heinis, directeur Bouwend Nederland: ‘Smart mobility is een goede case om als markt en overheid samen stappen te nemen, zodat de infrabedrijven op tijd gevoel krijgen voor de bijdrage die ze gaan leveren.’

Kunst van het loslaten

De auto krijgt zijn informatie vanuit de cloud en heeft op de weg minder informatie nodig. De rol van de beheerder als Rijkswaterstaat richt zich daardoor op het scheppen van kaders voor betrouwbaarheid en veiligheid van de weg. Verder zal hij het moeten loslaten, net als de autobestuurder die ook niet meer de handen aan het stuur hoeft te houden.

Nederland succesvol

De oplossingen zijn in de vorm van pitches aangeboden aan Jan-Hendrik Dronkers, de directeur-generaal van Rijkswaterstaat. RWS gaat er verder vorm aan geven. Wouter Truffino, co-founder van Holland ConTech: ‘De technologieën en innovaties rondom autonoom vervoer bieden kansen voor nieuwe businessmodellen in onze sector. Ik ben ervan overtuigd dat door slim samen te werken wij Nederland op de Europese kaart kunnen zetten met Smart Roads.’
Wouter Truffino
Founder Holland ConTech
Founder Connect Knowledge

M 0628615727
Wouter Truffino
23 okt

Innovatie in de infra moet sneller kunnen

Innovatie in de infra moet sneller kunnen
Innovatie in de infra kan sneller. Dat is niet alleen mijn overtuiging maar ook die van het Infra-Innovatie Netwerk. In mijn eigen organisatie, de provincie Noord-Holland, zie ik prachtige innovaties, zoals een geluidsscherm van bamboe of een fietspad dat zonne-energie opwekt. Ik zie ook hele lange aanvliegroutes om van idee, via een pilot, tot de uiteindelijke innovatie te komen. Te lang naar mijn mening.

Geluidsscherm

Sinds kort staat een geluidsscherm van levend bamboe langs één van onze provinciale wegen. Een mooie innovatie die zelfs het NOS journaal haalde. Het bamboe moet nog even groeien maar over twee jaar hebben we een volwaardig geluidsscherm dat, zo verwachten we, voldoende geluid kan reduceren. Zijn we hier trots op? Jazeker. Maar aan de andere kant: dit idee is meer dan vier jaar geleden al gelanceerd en we weten pas over twee jaar of het echt werkt. Natuurlijk moet je eerst onderzoek doen, zodat je een idee krijgt van de business case. Dan volgt een fase van optimaliseren, uittesten en tenslotte kijken of het in onze infrastructuur in te passen is. Dit alles doe je naast je normale werk, dus dat duurt even. En je doet het samen met partners, in dit geval met de gemeente Amsterdam, Rijkswaterstaat, Stadsregio Amsterdam, Bamboe Informatie Centrum, Universiteit Wageningen, DGMR en Krinkels B.V. Samen ga je niet sneller, maar je komt wel verder. Een logische vervolgvraag is: kun je samen ook sneller ver komen? Ik denk van wel.

SolaRoad

Nog een voorbeeld: de SolaRoad, een fietspad in Krommenie dat zonne-energie omzet in elektriciteit. Het idee komt van TNO, stamt van vijf jaar geleden, en heeft hetzelfde proces doorlopen als het bamboe geluidsscherm. Met als complicerende factor dat dit een veel grotere ‘breakthrough’ innovatie is, waardoor veel meer onderzoek nodig is voordat überhaupt een pilot kan starten. Voor onderzoek is weer veel geld nodig en de vraag is: wie wil hierin investeren? Uiteindelijk hebben de provincie Noord-Holland, TNO, Ooms en Imtech samen de handschoen opgepakt. In vijf jaar tijd hebben we een wereldberoemd fietspad gerealiseerd, wat natuurlijk een prachtig resultaat is. Maar ook hier geldt, het is nu alleen nog maar een pilot. Wanneer zou Nederland of de wereld er vol mee liggen?

Innovaties versnellen

Het Infra-Innovatie Netwerk wil innovaties versnellen door handvatten te bieden die belemmeringen wegnemen. We laten zien wat er ‘te koop is’, hoe goed het is, en geven mogelijkheden voor inkoop. Want om succesvol te innoveren, moet de wereld eerst weten dat de innovatie bestaat, vervolgens overtuigd raken dat het werkt en, tot slot, moet de innovatie ‘inkoopbaar’ zijn. Het proces van idee tot pilot willen we versnellen door snel de juiste partners te vinden en vervolgens heldere processtappen te bieden. Wat we verder gaan doen, is zorgen dat er sneller goede ideeën komen. Dat kunnen we als overheden doen door een duidelijk beeld te geven van wat onze wensen zijn. De kennisinstellingen en de ondernemers in het bedrijfsleven kunnen dan gericht innovaties ontwikkelen. Op deze manier zou het moeten lukken om de ‘time to market’ met een factor 2 te versnellen.
Paul Waarts
07 okt

Maak de stad écht slim

Maak de stad écht slim
In de onderstaande column (6 oktober gepubliceerd op www.gemeente.nu) benoemt Jasper Snijder (directeur New Business KPN) de kansen die slimme steden bieden voor oa de bouwsector. Jasper beschrijft haarfijn de noodzaak om samen te werken over de sectoren heen.

De realisatie van Smart Cities staat hoog op de agenda. Daarbij is samenwerking tussen gemeente, kennisinstelling en bedrijfsleven cruciaal.

Waar grote internationale steden als New York, Berlijn en Rio de Janeiro zich als Smart City op de kaart zetten, timmert Nederland ook aan de weg . Naast Amsterdam zijn er in Nederland nog meer steden die zich klaar maken voor de toekomst en verschillende inspanningen leveren om een slimme stad te worden.

Maar we zijn er nog niet. Voordat alle steden in Nederland smart zijn, of zelfs het hele land, zal er nog veel moeten gebeuren. Grote steden als Eindhoven, Rotterdam en Den Haag zetten momenteel de eerste, voorzichtige stappen. Een aantal andere kleinere steden verkent de mogelijkheden en houdt de voorbeelden in grotere steden nauwlettend in de gaten. Maar voorlopig blijft het nog bij relatief kleinschalige proefprojecten en verkennende studies.

Dat is niet zo gek, want om een stad echt slim te maken, ga je niet over één nacht ijs. Het vraagt om kennis en kunde, het bij elkaar brengen van de juiste partijen en het doorlopen van de benodigde stappen. Een complex proces dat steden in Nederland voor uitdagingen stelt.

Sector-overstijgend

Problematiek op het gebied van mobiliteit, duurzaamheid, infrastructuur, energie en gezondheid is in veel steden zo complex en grootschalig geworden dat ze vragen om integrale, datagedreven oplossingen die door veel partijen in de stad worden gedragen. Uiteindelijk moet dat leiden tot een economisch gezonde en leefbare stad. Een stad waarin de kwaliteit van leven hoger is. Een Smart City.

Om dit te bereiken, zullen zowel de landelijke als lokale overheid, de zorg, het onderwijs en de wetenschap, het bedrijfsleven en burgers sector-overstijgend moeten samenwerken. Deze samenwerking tussen partners is cruciaal: niemand kan in z'n eentje een Smart City realiseren. Alle genoemde actoren zullen aan de slag moeten met innovatieve ICT-technologie. ICT is namelijk de aorta van alle innovaties binnen Smart Cities.

Internet of Things

Een van de belangrijkste technologische innovaties die Smart Cities mogelijk maakt, is het Internet of Things (IoT). Deze ontwikkeling brengt een aantal vernieuwingen met zich mee:

1. Datamanagement
Mensen, machines en objecten genereren steeds meer data en gebruiken ook steeds meer data. Door data voor alle relevante actoren openbaar te maken en deze op slimme wijze te combineren en te ontsluiten, komen slimme toepassingen binnen handbereik. De data die wordt gegenereerd, kan na analyse ook een belangrijke, voorspellende waarde hebben. Data is dus onontbeerlijk voor Smart Cities. Dataopslag, - structuren, -security en -analyse worden zeer belangrijke taken binnen een Smart City. Alleen zo kan data toekomstvast, duurzaam en veilig worden ingezet en alleen zo kunnen er waardevolle inzichten uit worden gehaald. Zodat data ook daadwerkelijk 'smart' wordt.
2. Sensortechnologie
Sensoren vormen de oren en ogen in Smart Cities. Moderne sensortechnologie is in staat zeer veel te registreren. Van geluid, temperatuur en luchtsamenstelling tot de aanwezigheid van mensen. De laatste jaren is daar de mogelijkheid van softwarematige interpretatie bij gekomen. Denk hierbij aan de door een camera geregistreerde gezichtsuitdrukking, houding of stemvolume van voorbijgangers om te beoordelen of er bijvoorbeeld sprake is van agressie.
3. Smart devices
Steeds meer objecten maken verbinding met het internet. Bekende voorbeelden zijn bijvoorbeeld zelfrijdende auto's of smartwatches die met sensoren data verzamelen en deze via een internetverbinding delen. De data die alle apparaten, voertuigen of gebouwen genereren, kan heel waardevol zijn. IoT creëert een digitaal netwerk van objecten in een stad die vervolgens slim met elkaar kunnen communiceren.

Connectiviteit

Hoe goed het datamanagement, de smart devices en de sensoren ook zijn, het hele raderwerk werkt alleen maar als al die slimme apparaten, sensoren en applicaties met elkaar zijn verbonden – als er daadwerkelijk 'connectiviteit' is. In steeds meer steden is sprake van meerdere openbare en verdichtende netwerken, zoals 2G, 3G, 4G en LoRa. Ook wordt er volop geïnvesteerd in verbinding via glasvezel- of kopernetwerken.

De laatste innovatie op het gebied van connectiviteit is het LoRa (Low Power Long Rangetechnologie) –netwerk. Het is bij uitstek geschikt voor de IoT-toepassingen in Smart Cities. Via LoRa kunnen sensoren hun data gemakkelijk over lange afstand naar het internet verzenden en ontvangen of kunnen apparaten vanaf het internet eenvoudige opdrachten krijgen (aan/uit, open/dicht). Bij LoRa is er geen sprake van een constante verbinding met het internet, maar alleen wanneer het nodig is. Hierdoor is de technologie energiezuiniger en kostenefficiënter.

Slimme straatverlichting

De uitrol van het LoRa-netwerk maakt allerlei toepassingen mogelijk. iBeacons is er daar eentje van. Met iBeacons kunnen gebouwen 'praten' met mobiele devices. In Amsterdam zijn iBeacons geplaatst tussen Amsterdam Centraal Station en het Marine terrein. De kleine apparaten versturen een signaal via bluetooth naar smartphones tot 50 meter in de buurt. Via het LoRa-netwerk wordt de data van de iBeacons uitgelezen in de iBeacon-managementomgeving. Als de gebruiker de iBeacons-app installeert, vertellen de gebouwen je direct over hun verleden en hun huidige functies. Zo worden voorbijgangers op een verrassende en innovatieve manier geïnformeerd, terwijl ze onderweg zijn.

Een ander goed voorbeeld van een Smart City-toepassing is Smart Light. Veel steden staan nu voor de uitdaging hun oude, gedateerde straatlantaarnarmaturen te vervangen door meer duurzame alternatieven. Steden ontwikkelen samen met kennisinstellingen en het bedrijfsleven verlichting die niet alleen energiezuiniger is, maar ook onderhoudsarm. Zo dimt de verlichting als sensoren geen beweging registreren. Ook verandert de verlichting van kleur om voorbijgangers zich prettiger te laten voelen. Verder wordt er gewerkt aan meer toepassingen waarbij centraal op afstand, door innovatieve connectiviteitsvormen als LoRa, lichtplannen gemonitord en aangestuurd kunnen worden. Straatverlichting met sensoren die de luchtkwaliteit in de gaten houden en intelligente palen die via internet aangeven wanneer een onderdeel vervangen dient te worden.

Samenwerken

Hoewel er dus al veel projecten lopen in verschillende grote steden, is de realisatie van volledige Smart Cities een langdurig proces. Een stad is niet van de ene op andere dag 'smart'. Smart City-projecten vallen of staan bij voldoende betrokkenheid van alle betrokken partijen. Voldoende inzet van tijd en middelen is alleen mogelijk wanneer alle actoren beseffen dat ze elkaar nodig hebben. De technologische basis is er, maar het kost tijd een integrale, sector-overstijgende aanpak te ontwikkelen. Het vraagt langdurig, consistent beleid van gemeentebesturen die hiermee aan de slag willen gaan en samenwerking met veel verschillende partijen. Alleen zo is samenhang en inhoud aan te brengen in initiatieven op dit vlak en kunnen Smart Cities in Nederland worden gerealiseerd.
Dit blog is geschreven door Jasper Snijder van KPN en is verschenen op www.gemeente.nu.
25 aug

Startups in de bouw, hefboom voor vernieuwing?

Startups in de bouw, hefboom voor vernieuwing?

Startups in de bouw, hefboom voor vernieuwing?

Op dit moment heeft iedereen in de bouw het over vernieuwing en innovatie. Maar gebeurt er daadwerkelijk al wat? Ik zie een aantal interessante en goede voorbeelden, maar dit is echt veel te weinig in vergelijking met hoe andere sectoren aan het vernieuwen zijn. Daar gaat het hard en krijgen en pakken nieuwe organisaties kansen. Twee bekende voorbeelden zijn natuurlijk Uber en Airbnb.

Gunnen aan nieuwe organisaties

Een voorbeeld van hoe het nu nog vaak gaat: de afgelopen periode zijn verschillende grote raamcontracten in de advies- en ingenieursbranche gegund. Bijna alle geselecteerde partijen zijn bekende en gevestigde organisaties. Nog een voorbeeld: de nieuwe aanbestedingswet wordt nog niet juist toegepast (zie ‘Overheden schieten tekort bij aanbestedingswet’). Dit is jammer en een gemiste kans. Als je namelijk vraagt om vernieuwing dan moet je ook andere organisaties een kans geven. De kans dat de gevestigde orde radicaal gaat vernieuwen is namelijk nihil. Deze organisaties hebben er (nog) nauwelijks tot geen belang bij. Hun enige belang is om het bestaande business model in stand houden. Dit laatste is op zichzelf erg vreemd, want in het huidige business model zijn de winstpercentages laag of zelfs negatief en zijn de faalkosten hoog.
Drang naar vernieuwing Er is een drang naar vernieuwing in de bouw. Dit merkte ik op toen ik een stuk uit het Financiële Dagblad deelde op LinkedIn. Het artikel van 22 juni, “Rijkswaterstaat wil af van vechtcontracten met bouwsector”, dat ik op LinkedIn plaatste, heeft op dit moment meer dan 250 likes en 22 reacties. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt met een post. Het toont aan dat diverse mensen binnen de bouw snakken naar vernieuwing. Er zijn onderwerpen genoeg waarvoor nieuwe creatieve oplossingen noodzakelijk zijn om überhaupt projecten uit te kunnen voeren. Zo zijn er onder andere de vervangingsopgave kunstwerken en de renovatie opgave in de woningbouw (zie bericht van Mitros over slimmer en beter renoveren), die om creatieve oplossingen vragen. Maar ook de Big 7 (zie afbeelding) gaat voor de broodnodige vernieuwing zorgen in de bouw.

Wat is er nodig?

Ten eerste zijn er verstandige ambtenaren nodig, die voet bij stuk houden en slim langetermijnbeleid uitstippelen. Ten tweede is het noodzakelijk dat opdrachtgevers kansen gunnen aan organisaties met visie, lef en vernieuwingsdrang (huidige en vooral nieuwe generatie organisaties). Tenslotte raad ik aan om het “wortel en stok” principe toe te passen. Bijvoorbeeld: Bouwbedrijven bieden minder verzet tegen aanbestedingsprocedures (de stok), wanneer de overheid hun innovatiestrategieën ondersteunt middels een juiste waardering bij het gunnen van opdrachten (de wortel).

Mijn vraag aan jou:

Graag help ik om de bouw te vernieuwen en innoveren. Doe jij mee?
Ik ben heel benieuwd of jij goede voorbeelden weet te benoemen, waarbij startups technologische vernieuwing of innovatie weten te implementeren in samenwerking met bestaande organisaties binnen de bouw. Reageren kan door hieronder een reactie achter te laten of door met mij contact op te nemen.
Meer informatie?
Wouter neemt tijdens het Weg en Water Congres op 30 september a.s. deel aan Caroussel 2 “Op zoek naar interne en externe samenwerking”.